Deelnemers aan landelijke conferentie ‘Leermiddelen op drift’ herkennen zich in competentieprofiel

Teaser: 
In samenwerking met FLOT en de Stichting Leerplanontwikkeling (SLO) organiseerde de Vereniging van Educatieve Auteurs (VvEA) op donderdag 1 oktober in het Mollergebouw de landelijke conferentie ‘Leermiddelen op drift'.

Uitgangspunt was met elkaar te praten over actuele ontwikkelingen in de leermiddelenbranche in Nederland. Centraal staan de competenties van de educatieve auteur. Welke behoeftes zijn er en wat kan er allemaal verbeterd worden?

De leermiddelen zijn op drift, want veel docenten maken hun eigen leermateriaal en dat valt in de praktijk niet altijd mee. Leraren willen ook auteur zijn en missen de daarvoor benodigde competentie, bijvoorbeeld kennis van ict. De Vereniging van Educatieve Auteurs (VvEA) maakt zich zorgen over de kwaliteit van de groeiende hoeveelheid open leermiddelen. Hoe competent zijn leraar-auteurs en welke competenties willen zij in de nabije toekomst ontwikkelen? 

De in 2006 opgerichte Vereniging van Educatieve Auteurs (VvEA) heeft zich tot taak gesteld om competenties te beschrijven waarover een goed auteur beschikt. Het VvEA-competentieprofiel 2008 is bedoeld als praktisch instrument waarmee op diverse manieren gewerkt kan worden, maar is op de eerste plaats bedoeld voor scholing. Met het profiel kunnen beginnende en meer ervaren educatieve auteurs hun beroepscompetentie systematisch vaststellen en verder ontwikkelen.

 

Door middel van workshops, tijdens een panelgesprek en in de ruim bemeten pauzes is er voor de deelnemers alle gelegenheid zich te informeren over actuele ontwikkelingen in de wereld van leermiddelen.  Netwerkend met collega’s op allerlei vakgebieden uit het hele land verkennen zij de mogelijkheden om hun competenties als auteur verder te ontwikkelen. Ook voor specifieke scholingvragen is er alle ruimte, want opleiders zijn ruim vertegenwoordigd.

Petra Paap komt uit Lemmer en is docent kunstvakken. ‘Ik schrijf mee aan een methode en ben bij toeval gestuit op deze conferentie. Eigenlijk wil ik een eigen uitgeverij opzetten met lesmaterialen. Ik was niet op de hoogte van het bestaan van de VvEA en ik wil graag meer kennis krijgen van wat de vereniging doet. Mijn bedoeling is om in contact te komen met andere educatieve auteurs, netwerken dus. Ik ga workshops volgen bij de zaak- en kunstvakken en bij de educatieve uitgeverijen.’

 

‘Ik schrijf mee aan verschillende methodes en ben lid van de VvEA’, zegt Ruben Raap. ‘Op scholen word ik gevraagd om lesmaterialen te ontwikkelen. Vaak komen collega’s met vragen, ze willen weten wat ik schrijf. Ik heb nooit trainingen gehad en vraag me af wat ik op deze dag allemaal kan leren. Ik ga de workshop didactiek en media volgen.

 

‘Ik heb voor twee verschillende uitgevers gewerkt, maar dat was een frustrerende ervaring’, zegt Ine Peters. ‘Ze scheepten me af met een fooi en luisterden niet naar het veld, ik kreeg een oneerlijke behandeling. Daarom voer ik geen losse opdrachten meer voor ze uit. Op dit moment ben ik bezig om een leerlijn spreekvaardigheid te ontwikkelen, maar ik beschik nog niet over het juiste materiaal. Ook heb ik te weinig kennis van ict, dat wil ik eerst bijwerken. Ik kom om te kijken wat de VvEA mij kan bieden.’

 

Na de opening en kort historisch overzicht van initiatiefnemer en voorzitter van de VvEA Tom van der Geugten stelt dagvoorzitter Wim Lansu meteen de hamvraag: hoe hoog schatten de educatieve auteurs hun competentieniveau in? Deze vraag is minder verrassend dan hij lijkt, want naar aanleiding van het door de VvEA opgestelde competentieprofiel is aan de deelnemers  verzocht hiervan een inschatting te maken. De  ompetenties strekken zich uit over de werkvelden media, didactiek, teamwerk en ondernemen. Bij handopsteking blijkt dat de auteurs zich allemaal herkennen in dit profielen dat zij alle competenties belangrijk vinden voor het vak. Dit vormt eengoede opstap voor de workshops die later volgen.

De FLOT wil een stevige impuls geven aan de excellentie aan leraren en leraren in opleiding in het verstandig omgaan met leermiddelen. In het kader van de lerarencompetenties ontwikkelt FLOT voor de initiële opleiding en nascholing een programma over verstandig selecteren, gebruiken en zonodig aanvullen van leermiddelen. Ten aanzien van de auteurscompetentie komt er een modulair opgebouwd honours- en nascholingsprogramma, gebaseerd op het VvEA-competentieprofiel. Er zijn ook plannen voor de inrichting van een Leermiddelenwerkplaats in FLOT, een service voor leraren in opleiding, leraren en vakopleiders die er terechtkunnen met vragen over leermiddelen.

 
Panelgesprek

Maar eerst worden de gemoederen nog even opgeschud tijdens het panelgesprek. Het panel wordt gevormd door Ans Buys, Tom van der Geugten, Leonne Leurink (onderzoeker SLO), Herman Rigter  (projectleider Digilessen VO), Joost van Rijn (directeur Lek en Linge) en Stephan de Valk (Groep Educatieve uitgeverijen). Allerlei ideeën, problemen, visies, ervaringen en standpunten vanuit de wereld van de uitgevers, de opleiders, directeuren, projectleiders, onderzoekers cirkelen om elkaar heen.

‘Het gaat erom wat scholen willen’, klinkt als algemeen ondersteund uitgangspunt. ‘We moeten de multimediale mogelijkheden daar op afstemmen en ook wathet gaat kosten. Op lange termijn komen we er uit.’ ’Wat we uiteindelijk willen is ontzettend goede leraren opleiden met behulp van leermiddelen uit de digitale snelweg. Daarvoor moeten we docenten bijscholen tot educatieve auteurs en de bijbehorende competenties bijschaven.’ Uitdagende paradox: hoe geschikter het materiaal, hoe minder kinderen leren. ‘Geef docenten tijd om zich te verdiepen. Advies van Tom van der Geugten: ‘houdt het onderscheid tussen leraar en auteur goed vast en zeg niet te vlug tegen een leraar: ga jij maar schrijven.’

Fontys Lerarenopleiding Tilburg wil vanaf 2010 komen met een cursusaanbod op het terrein van educatief schrijven en Leermiddelen gebruiken en maken. Daarbij wordt uitgegaan van het competentieprofiel van de Vereniging van Educatieve Auteurs (www.educatieveauteurs.nl). In het studiejaar 2009-2010 worden deze cursussen ontwikkeld en getest.

 Workshops

Tijdens de workshops blijkt dat veel deelnemers zich herkennen in elkaars problemen en interesses.

De behoeften aan scholing sluiten daarbij aan. Tom van der Geugten onderzoekt met zijn workshopdeelnemers de competenties van het werkterrein Didactiek, met name de rol van de digitale leermiddelen hierin. ‘Je moet je realiseren wat je leren wilt’, zegt hij. ‘Welke competenties zijn vereist bij het ontwikkelen van multimediaal educatief materiaal?’ ‘Ik probeer even mijn leerlijn vast te houden’, grapt hij, als de discussie enigszins uit de didactische voegen dreigt te lopen ...

Jose Wapperen werkt sinds kort bij een uitgeverij. ‘Ik vond deze dag erg goed verzorgd, ik kon er voldoende punten van aandacht uithalen. Vooral de workshops vond ik interessant, om te zien wat de mensen allemaal in huis hebben. In mijn nieuwe functie weet ik waar de irritatiepunten zitten en hoe ik er mee moet omgaan, want ik wil me er niet door laten beperken. Een uitgeverij werkt op tijd, inhoudelijke discussie is niet gewenst, dat is vaak heel irritant voor de auteurs. Maar ja, dat is nu eenmaal “part of the job”. Het is leuk om herkenningspunten van medeauteurs uit te wisselen, je loopt tegen dezelfde dingen aan en dat maakt het iets breder.’

 

Pierre Eggels is leraar Nederlands, ckv en drama, maar ‘de laatste jaren maak ik veel lesmateriaal en ben ik bezig met redigeren en vertalen. Wat ik vandaag te horen kreeg vind ik eigenlijk nog heel algemeen. De volgende stap zou moeten zijn dat je zegt: we organiseren een studiedag waarop we bijvoorbeeld concreet materiaal gaan digitaliseren. Hoe ga je daarmee om, hoe ontwikkel je digitale ontwikkelingsvaardigheden. Dat is waar ik concreet behoefte aan heb.’