Standaardiseren is vooral consensusvorming

Teaser: 
Peter Sloep schreef de column 'Standaardiseren is vooral consensusvorming'. De column is ook verschenen bij 'Livre'.
Het blijft kennelijk maar moeilijk in de hoofden door te dringen dat standaardisatie, ook van onderwijstechnologieën, een zaak is van consensusvorming, van gezamenlijke inspanning van softwareleveranciers én hun klanten. Een actueel voorbeeld ter illustratie van wat er mis kan gaan.

Standaardiseren
Even ter opfrissing van het geheugen, open standaarden zijn vooral nuttig omdat zij een ‘level playing field’ creëren. Leveranciers krijgen een groter potentieel afzetgebied, namelijk iedereen die zich aan de standaard houdt. Hun klanten hebben de keuze uit meerdere systemen. Door concurrentie daalt ook de prijs en neemt de kwaliteit toe. En mocht je willen overstappen op een ander systeem - omdat jouw toevallige leverancier je niet meer bevalt, hij failliet gaan of het product niet doorontwikkelt - dan stap je zonder al te veel kosten over op een ander systeem.  Maar die voordelen zijn niet gratis. Het ontwikkelen van een open standaard is een moeizaam proces van consensusvorming; moeizaam omdat er altijd belangen mee gemoeid zijn en niet iedereen nu eenmaal dezelfde belangen heeft. Bij dat proces moeten ook alle partijen betrokken worden, leveranciers en hun klanten, softwareontwikkelaars en gebruikers, anders is er geen commitment en loop je het risico dat de standaard niet gebruik wordt. Openheid is nodig opdat iedereen - ook degenen die niet rechtstreeks betrokken zij bij de totstandkoming van de standaard - kunnen zien wat er is afgesproken. Zo kunnen bijvoorbeeld nieuwe producten ontwikkeld worden, waar bij de ontwikkeling van de standaard niet aan was gedacht (innovatie!).

Leerlinggegevens
Leerlingen in het primaire en voortgezette onderwijs genereren gedurende hun schoolloopbaan een hoop data. Dat begint natuurlijk met de gebruikelijke naam-adres-woonplaats-gegevens, maar kan zich via schoolprestatiedata uitstrekken tot gegevens die hun status als cliënt van sociale zorg betreffen. Bij schoolprestaties moet je denken aan rapportcijfers voor verschillende vakken en andere docentoordelen, maar ook aan werkstukken, verslagen, etc. Bij zorgdata gaat het - kort door de bocht - om leerlingen van wie de prestaties tegenvallen, de oorzaak waarvan gelegen is in hun sociale context of in hun persoonlijkheidsstructuur. Voor een goed functionerend onderwijsstelsel is het nodig dat al dit soort data opgeslagen kunnen worden, bewerkt kunnen worden en tussen scholen onderling of tussen scholen en allerlei instanties uitgewisseld kunnen worden. Leerlingen verwisselen soms van school, ze doen dat in elk geval als ze van bijvoorbeeld het basisonderwijs overstappen naar het voortgezet onderwijs. Instanties hebben ook belangstelling voor leerlinggegevens. Dat geldt bijvoorbeeld de Informatie-Beheer-Groep in Groningen, die op grond van aantallen leerlingen en allerlei gegevens over bijvoorbeeld de ouders berekent hoeveel geld scholen krijgen. Maar dat geldt ook de gemeentelijke bureaus Voortijdig Schoolverlaten die schooluitval proberen tegen te gaan. Invoeren, opslaan en bewerken van gegevens is een kwestie van het ontwerpen van een goede softwareapplicatie, die doet wat de gebruikers (docenten, zorgverleners) ermee willen. Maar voor uitwisselen is meer nodig, namelijk dat dit soort invoer-opslag-en-bewerkapplicaties in staat zijn leerlingdata te importeren en exporteren. Daarvoor zijn publieke afspraken - open standaarden - nodig waarin is vastgelegd welke data we gaan uitwisselen en aan welke voorwaarden die moeten voldoen. 

DOD en ELD
Er zijn allerlei systemen in de handel voor het verwerken van leerlinggegevens. De fabrikanten daarvan hebben zich gerealiseerd dat hun klanten op zeker moment zullen eisen dat de gegevens tussen die systemen uitgewisseld moeten kunnen worden. Dus hebben ze in 2004 een samenwerkingsverband opgericht om te komen tot een uitwisselingsstandaard: het digitaal overdrachtsdossier (DOD) . Het datamodel (welk soort gegevens wisselen we uit, hoe zien die er precies uit?) daarvan is niet openbaar, de standaard wordt beheerd door de fabrikanten zelf. De gebruikers moeten het doen met de toezegging dat hun gegevens eenmaal opgeslagen in het systeem van DOD-lid A overgezet kunnen worden naar dat van lid B. De vereniging claimt op haar site 98% van de leveranciers te vertegenwoordigen, maar de gebruikers, hun klanten, staan feitelijk buiten spel. Zij kunnen alleen indirect, via hun leverancier, invloed uitoefenen op de inhoud van de standaard. Anderen die (nog) geen klant zijn, bijvoorbeeld de IB-Groep, kunnen dat al helemaal niet. 

Afspraken, ELD
Het Elektronisch Leer Dossier (ELD) is een met de DOD concurrerende afspraak . Het ministerie van OC&W heeft, ook in 2004, opdracht gegeven voor de ontwikkeling van een standaard voor de uitwisseling van leerlinggegevens. Programmamanager CINOP is aan de slag gegaan en heeft ook een uitgebreide advies- en overlegstructuur op poten gezet. Inmiddels ligt er een concept, voor iedereen in te zien en gebaseerd op open standaarden van het IMS consortium . Niets mis mee dus, zo lijkt het. Fabrikanten van systemen zijn echter in de overlegstructuur niet opgenomen. Al zal er vast met hen wel informeel overleg zijn gevoerd, formeel mogen ze pas sinds 2007 meedoen. Nu weet ik niet of de leveranciers te druk waren met hun eigen DOD en niet mee wilden doen dan wel niet waren uitgenodigd. Waar de zwarte piet ook ligt, feit blijft dat voor het ontwikkelen van een draagvlak zo snel mogelijk alle belanghebbenden betrokken moeten worden bij het standaardisatieproces. En dat is hier niet gebeurd.

Inmiddels zijn er dus twee concurrerende afspraken, de een gesloten, de ander open; de een ondersteund door de leveranciers, de ander de vrucht van de samenwerkende onderwijsinstellingen; de een af en deels geïmplementeerd, de ander nog in concept. Ongetwijfeld zal een van beide sneuvelen, ik vermoed dat dat de DOD wel zal zijn. Niet omdat de ELD beter is, beide afspraken hebben hun sterke en zwakke kanten; zo is de DOD sterk op het primair onderwijs gericht en schiet de ELD tekort op het gebied van de zorggegevens. De ELD zal het vooral redden vanwege de bestuurlijke steun die ervoor is en omdat de ELD een open standaard is die gebaseerd is op een wereldwijde open standaard. Maar het blijft jammer dat men niet van meet af aan aan een gezamenlijk product heeft kunnen werken. Dan waren we vast al verder geweest, bijvoorbeeld met de verwerking van zorggegevens en met de gegevensaanvoer naar de IB-Groep en de bureaus Voortijdig Schoolverlaten. De scholen zitten daarom te springen.

Peter Sloep
Peter Sloep was van 2003-2007 lector educatieve functies van ict. Hij is nu hoogleraar aan de Open Universiteit.