Alles open: verdwijnt de meerwaarde van het institutionele onderwijs?

Teaser: 
De zomercolumn werd verzorgd door Gijs de Bakker. Gijs werkt als promovendus educatieve social software bij de Fontys Eindhoven School of Education.

Alles open: verdwijnt de meerwaarde van het institutionele onderwijs?
Door: Gijs de Bakker

Onlangs gaf ik een gastcollege over educatieve social software aan studenten ICT Media Design van Fontys. Na afloop raakte ik in gesprek met twee studenten, die voor hun scriptie onderzoek wilden doen naar de mogelijkheden van open leeromgevingen. Mijn interesse was zodanig gewekt om zelf wat dieper in de materie te duiken. Er vielen mij een aantal ontwikkelingen op die, hoewel ze nog nog vaak prematuur zijn, naar mijn idee een grotere impact op het onderwijs gaan hebben dan we nu voor mogelijk houden.

Alles open
Termen als ‘open content’ en ‘open access’ kom je steeds meer tegen in relatie tot het onderwijs. Er bestaat nog al wat verwarring over wat ze nu precies inhouden en ze worden dan ook door elkaar gebruikt in verschillende situaties. De onderliggende ontwikkelingen zijn een stuk eenduidiger. Er duiken steeds meer initiatieven op, waarbij onderwijsinstituten hun onderwijsmateriaal gratis aanbieden. Een van de koplopers op dat gebied was natuurlijk het MIT, maar inmiddels zijn er – ook in Nederland – steeds meer instellingen die cursusmateriaal vrij ter beschikking stellen. Zo heeft de Open Universiteit eind vorig jaar een aantal cursussen ter download op de website gezet.

Maar het blijft niet bij materialen. Tegelijkertijd dient zich een ontwikkeling aan waarbij de Elektronische Leer Omgeving naar buiten lijkt te treden. Nu zijn ELO’s over het algemeen nog moeilijk te betreden vestingen, die door de onderwijsinstituten met hand en tand verdedigd lijken te worden tegen blikken van buitenaf. Echter, ik zie om me heen steeds meer docenten die gaan experimenteren met open omgevingen. Beste voorbeeld daarvan is misschien wel het Practicum Nieuwe Media van de opleiding Communicatie- en Informatiewetenschappen aan de Universiteit Utrecht. Indira Reynaert, die de cursus verzorgde, richtte op het social networking platform Hyves een ruimte in als ELO. Studenten konden hier berichten plaatsen, met elkaar in discussie, een agenda met belangrijke data bijhouden, etc. Hoewel deze Hyve voor een deel nog gesloten was voor niet-genodigden, geeft het naar mijn idee wel aan waar het in de toekomst naartoe lijkt te gaan. Een platform als EduSpaces is hier een voorbeeld van. Maar denk bijvoorbeeld ook aan de vele onderwijsinstellingen die reeds een campus in de virtuele wereld Second Life hebben gevestigd. Ons eigen Fontys gaat dit najaar colleges aanbieden op hun eigen virtuele campus, die voor iedereen toegankelijk is.

Een blik in de mogelijke toekomst?
Op zich zijn dit al interessante ontwikkelingen, maar ik vraag me af wat ze betekenen voor het onderwijs zoals wij dat nu kennen. En om maar meteen met de deur in huis te vallen: in hoeverre kan het institutionele karakter van het onderwijs op termijn stand blijven houden? Immers, content is straks op brede schaal gratis beschikbaar, een student hoeft hier dus geen collegegeld voor te betalen. Begeleiding kan hij via open ELO’s krijgen, of hij kan in ieder geval zien hoe andere studenten begeleid worden. Inschrijven bij een hogeschool of universiteit is dus niet meer nodig. Maar zonder inschrijvingen geen instituut. Je zou zeggen: als alles vrij beschikbaar is, zelfs de opdrachten die studenten inleveren en de feedback die ze daarop krijgen van de docent, of wanneer deze er niet zou zijn van medestudenten via peer tutoring, dan verliest het institutionele aspect van het onderwijs zijn meerwaarde.

Docenten belangrijk
De instituutsstructuur ter discussie? En daarmee mijn eigen toekomst in het onderwijs? Nee, ik denk ik dat het met die meerwaarde wel goed zit. Want hoewel docenten als begeleiders in sommige gevallen goed vervangbaar zijn, medestudenten (peer-tutors) hebben niet hetzelfde deskundig oog van de docent dat soms nodig is om een student door die eventuele open content te leiden, om hem te coachen, of om simpelweg te beoordelen of datgene wat de student doet van voldoende kwaliteit is. Het type en de manier van begeleiding, verschilt bovendien zo zeer per situatie, dat het kunnen inzien van de begeleidingstrajecten van anderen in open ELO’s, niet voldoende zou zijn om zelf als student van te leren.

Verandering in oriëntatie
Wel denk ik dat het onderwijs door bovengenoemde ontwikkelingen een stuk transparanter zal worden. En ik verwacht hierdoor een belangrijke verschuiving in oriëntatie. Nu is er veelal sprake van een aanbodstructuur. Docenten kijken vanuit een ivoren toren neer op hun studenten, en weten precies hoe ze hen kunnen voorzien van hun kennis en kunde. Ik verwoord het hier natuurlijk tamelijk ongenuanceerd, maar daarmee wordt mijn punt hopelijk wat duidelijker. In de toekomst zie ik namelijk de student zelf veel meer invloed hebben. In een transparante onderwijsmarkt, zal deze immers op zoek gaan naar goede content bij de meest geschikte aanbieder. Daarnaast zoekt hij een plek waar hij het beste begeleid kan worden in zijn educatietraject.
Je ziet nu al wat voor mij de eerste tekenen van die machtsverschuiving zijn. Zo bestaat er in de Verenigde Staten de website RateMyProfessors.com. Hier kunnen studenten hun faculteit een oordeel geven. Inmiddels zijn er ruim 6 miljoen beoordelingen geplaatst over bijna 800.000 professoren. En niet zonder gevolgen. Een recentelijk voorval waarbij een docent zijn taak niet goed kon uitvoeren omdat hij onder invloed was tijdens het geven van een college, heeft geleid tot een wijde verspreiding van het verhaal op het web, met alle nodige schade voor het instituut als gevolg.

Al met al zie ik de verschuiving in oriëntatie die ik verwacht niet als dreiging voor het onderwijs. Ik denk juist dat, door de opkomst van een soort marktwerking in het onderwijs (en ik besef mij hoe gevaarlijk deze term kan uitpakken), het onderwijs een flinke kwaliteitsslag kan maken. Niet het onderwijs zelf, maar juist zijn kritische afnemer bepaalt of het onderwijs voldoende presteert. Die toekomst mag wat mij betreft vandaag nog heden worden.

Gijs de Bakker
Gijs is promovendus social software aan de Eindhoven School of Education. Tevens maakt hij deel uit van de kenniskring educatieve functies van ict.