Over Leernetwerken en de inhoudelijke en logistieke flexibiliteit
Ik trap een open deur in als ik zeg dat we in een maatschappij leven waarin kennis een sleutelrol speelt. Dat geldt eens te meer onze westerse maatschappij, waarin we met de rest van de wereld alleen nog maar op kennis kunnen concurreren. Maar waar kennis vroeger een carrière-lang houdbaar was, moet zij nu met grote regelmaat ververst worden. Dat komt doordat technologische innovaties elkaar in steeds hoger tempo opvolgen, gedreven door de wil het concurrentievoordeel op 'de ander' te behouden. Wat je hier ook van moge vinden, deze situatie stelt het onderwijs voor een groot probleem. Ons hele schoolsysteem is erop ingericht dat we jonge mensen tot een diploma opleiden (initieel onderwijs) en dat daarmee de kous af is. Wat er daarna gebeurt, speelt zich in een ander compartiment af. De overheid beschouwt het niet als haar taak wat er daar gebeurt te subsidiëren, niettegenstaande de grote economische impact ervan. Onderwijsinstellingen hebben geen systematische aanpak om dit post-initiële onderwijs te bedienen. Maar de behoefte eraan is gigantisch. Dat geldt niet zozeer de relatief hoog opgeleiden, die in het kader van hun werk allerlei strategieën hebben ontwikkeld om bij te blijven of door hun baas naar trainingen en cursussen gestuurd worden. Het geldt vooral de relatief laag opgeleiden, die een bepaald 'kunstje' beheersen (een analoge filmprojector bedienen, data kunnen intypen, et cetera) dat overbodig is geworden of dreigt te worden door technologische innovatie. Omdat dit soort werk ook nog eens verdwijnt naar lage-lonen-landen, moeten deze mensen niet zozeer omgeschoold, maar stevig bijgeschoold worden. Hoe doe je dat op een goede en betaalbare manier?
Het initiële onderwijs heeft een truc om het onderwijs betaalbaar te houden. Het werkt met homogene groepen (cohorten), die vervolgens in groepen onderwijs krijgen. Dat kan door ze in grote collegezalen bij elkaar te zetten en boeken te laten lezen (broadcasting). Dat is niet zo best voor hun motivatie en is evenmin erg effectief (het beroemde 2-sigma-probleem van Bloom), maar het is betaalbaar. Zo gauw de groepen niet meer homogeen zijn of moeite hebben met broadcasting, werkt dit niet meer; helaas is dat de situatie waarin we verkeren met het post-initiële onderwijs. Werkenden hebben heel specifieke onderwijsbehoeften, zowel naar inhoud als naar logistiek. Ze willen onderwijs in onderwerpen waaraan zij zelf (en niet de onderwijsinstelling) belang hechten; ze willen het nu (en niet over een half jaar als die cursus weer gegeven wordt), ze willen het hier (en niet in een of ander zaaltje op woensdagavonden), en ze willen het in hun eigen tempo (in twee weken of juist één jaar, in plaats van het semester dat ervoor staat). Zulke arrangementen zijn er wel, je kunt bijvoorbeeld een persoonlijke trainer inhuren, maar ze zijn erg duur. En bij gebrek aan voldoende opleiders is deze oplossing eenvoudigweg niet realiseerbaar als er velen moeten worden opgeleid. Maar hoe bereik je de gewenste inhoudelijke en logistieke flexibiliteit dan?
Leernetwerken
Er is geen kant-en-klaar antwoord, er is wel onderzoek dat naar zo'n antwoord toewerkt. Het onderzoek naar zogeheten Leernetwerken dat aan de Open Universiteit wordt gedaan, waar ikzelf nauw bij betrokken ben, is daar een voorbeeld van. Leernetwerken zijn onderwijssystemen die bevolkt worden door het soort van lerenden dat ik net beschreef. Mensen die specifieke (unieke?) post-initiële onderwijsbehoeften hebben; die hoge eisen stellen aan de inhoud en aan de aanbiedingsvorm; die misschien wel niet in een diploma zijn geïnteresseerd, misschien hooguit in een of andere vorm van publieke registratie van wat ze gedaan hebben; die een onderwijsaanbod willen dat rekening houdt met wat ze al weten en kunnen; die misschien alleen maar willen (of kunnen) leren van deskundige practitioners en bij hun 'studie' geholpen willen worden door collega-studenten.
Leernetwerken zijn onderwijssystemen die voor hun werking in grote mate vertrouwen op informatiesystemen. Systemen om relevante competentiekaarten voor een of ander domein in bij te houden, om onderwijsaanbod op dat domein te inventariseren en te koppelen aan competenties; systemen om behaalde competenties van lerenden mee bij te houden (portfolio's) en in termen van competenties geformuleerde leerdoelstellingen in te verwerken; systemen om aanbieders van op de verwerving van bepaalde competenties gerichte onderwijsprogramma's ('onderwijsinstellingen') mee te registeren en in het Leernetwerk te laten functioneren.
Twee typen systemen
Maar behalve dit soort opslagsystemen zijn er ook systemen nodig die lerenden ondersteuning bieden bij het leren in een Leernetwerk.Twee typen komen daarvoor in aanmerking. Het ene type wordt wel recommender-systemen genoemd en lijkt als twee druppels water op wat bijvoorbeeld sommige boeken- of cd-sites doen, die je vertellen dat mensen die net als jij het boek A gekocht hebben, ook boeken B, C en D interessant vonden. De vertaling naar het onderwijs ligt voor de hand. Iemand die een module A heeft gedaan is misschien ook wel gebaat bij modules B, C en D, die anderen die A deden, als vervolg daarop hebben gedaan. Dit principe is gemakkelijk uit te breiden. Iemand met competentieprofiel X en competentiedoelstelling Y kan een studieadvies krijgen op grond van wat anderen met competentieprofiel ongeveer-X en doelstelling ongeveer-Y hebben gedaan. Het tweede type systeem probeert geen steun te geven door de kijken naar het gemiddelde van het gedrag van anderen, maar door personen in het netwerk met elkaar in contact te brengen. Als het Leernetwerk enigszins omvangrijk is, dan is het vrijwel zeker dat er een geschikt iemand is. Het probleem is echter hem of haar te vinden. Daar kan software bij helpen. Weet je het antwoord op een inhoudelijke vraag niet? Stel de vraag aan een software-service in het Leernetwerk. Die zal dan de vraag inhoudelijk analyseren, afbeelden op de leerstof, zoeken naar personen die die leerstof beheersen en vervolgens degenen die beschikbaar zijn met jou in contact brengen; via instant messaging, of in een forum of wiki als je minder haast hebt. Wil je met iemand praten over welke competenties je gegeven jouw achtergrond en doelen het best kunnen verwerven? Stel de vraag aan het Leernetwerk en het koppelt je aan mensen die daar iets zinnigs over kunnen zeggen. Dat kunnen medestudenten zijn, maar ook betaalde aanbieders, die tegen een vergoeding advies geven.
Een Leernetwerk wordt zo een geheel van personen, in de rol van onderwijsvrager of onderwijsaanbieder, die vertrouwen op allerlei in software geïmplementeerde diensten om onderwijs te genieten en aan te bieden. Er valt nog veel meer over te zeggen, bijvoorbeeld over de interfaces via welke je in contact kunt treden en blijven met een specifiek Leernetwerk. Denk aan mobile learning of over de technologieën die nodig zijn om bijvoorbeeld vragen of reeds verworven competenties te analyseren. Maar waar het om gaat is dat met het idee van Leernetwerken de contouren geschetst zijn van een leeromgeving die op een betaalbare manier de gewenste inhoudelijke en logistieke flexibiliteit kan bieden die post-initieel leren in een kennissamenleving vereist.
Peter Sloep was van 2003- 2007 lector educatieve functies van ict. Hij is nu hoogleraar aan de Open Universiteit.
Deze column verscheen eerder op Livre.nl


