'Roaming zou het hoger onderwijs pas toegankelijk maken'

Teaser: 
Altijd en overal direct kunnen werken en studeren met je eigen gegevens en liefst nog op je eigen computer. Gijs de Bakker denkt dat dát het hoger onderwijs pas toegankelijk zou maken.

Roaming in het onderwijs. Het is zeker geen nieuw idee. Sterker nog: er is al best wat gebeurd op dit vlak. De drie technische universiteiten (TU) in ons land (Eindhoven, Delft, Enschede) werken sinds enige tijd nauw samen en dat biedt studenten bijvoorbeeld de mogelijkheid om tijdens hun studie in de een van de steden een extra cursus bij één van de zuster-TU's te volgen. Maar het kan nog mooier.
SURFnet, de belangrijkste aanbieder van internet en gerelateerde diensten voor de Nederlandse hoger onderwijsinstellingen, lanceerde enkele jaren terug Eduroam. Met Eduroam is het mogelijk om met een student- of medewerkersaccount van de ene hoger onderwijsinstelling direct het draadloos netwerk van een andere aangesloten hbo-instelling of universiteit op te kunnen. Geen aanmelden van accounts bij de ICT-afdeling, niet meer het MAC-adres op de computer op te hoeven zoeken. Direct aan het werk, waar en wanneer je wilt.

Klinkt goed, niet waar? Maar misschien is het nog net wat te mooi om waar te zijn. Want als we het hoger onderwijs écht open willen krijgen en studenten en medewerkers er vrij doorheen willen laten bewegen, dan moet er wat meer gebeuren. Ik ben van mening dat bovengenoemde initiatieven goede proeven zijn, maar de échte verandering heeft nog niet plaatsgevonden. Immers, het zijn slechts de TU's die verbonden zijn. Idealiter zouden álle universiteiten en hbo-instellingen op eenzelfde manier aan elkaar gekoppeld moeten zijn. En aan Eduroam doen ook lang niet alle instellingen mee, dus dat altijd en overal draadloos het internet op met je eigen computer komt nog niet helemaal uit de verf.

Belemmeringen
Maar de wens is eenvoudiger voor te stellen dan de realisatie zelf. Zoals zo vaak spelen ook hier diverse beleidsmatige- en financiële belemmeringen een bepalende rol. Instellingen zijn huiverig hun systemen open te zetten voor concurrerende instellingen. Niet alleen omdat ze zo een net wat te groot kijkje in hun keuken geven, maar ook omdat veiligheid erg belangrijk is. Administratieve gevevens, zoals cursusresultaten, dienen goed afgeschermd en van buitenaf niet te manipuleren zijn. Daarnaast speelt ook het immer om de hoek kijkende compatibiliteitsprobleem van gebruikte software een grote rol. Elke instelling gebruikt zijn eigen systeem, dat niet graag communiceert met systemen van andere partijen.

Dat laatste is wellicht nog redelijk eenvoudig op te lossen. Er kunnen goede afspraken gemaakt worden over het gebruik van één systeem op alle hoger onderwijsinstellingen. Dat is niet van vandaag op morgen geregeld, maar onmogelijk is het allerminst. Het eerste probleem is wat lastiger. Want hoewel gegevensbescherming technisch misschien goed te regelen is, hebben we hier ook te maken met een bepaalde mindset bij de gebruiker. Mensen zetten nogal snel de hakken in het zand wanneer ze het idee hebben dat belangrijke privé-gegevens 'zomaar' uitgewisseld worden. Die huivering zie je niet alleen bij de eindgebruiker, in dit geval de studenten en medewerkers, maar ook bij de instellingsmedewerkers die het beleid op dit punt moeten bepalen.

Wellicht is hier, zoals zo vaak, sprake van een generatiekwestie. Jongeren van nu zien veel meer de voordelen van het gemakkelijk toegankelijk zijn van informatie, en hebben veel minder een schrikbeeld bij de uitwisseling van gevoelige informatie. Dat schrikbeeld weegt in ieder geval niet genoeg op tegen de voordelen van roaming. Zou het er ooit van komen in het hoger onderwijs? Misschien moeten we nog even een generatie afwachten.

* Gijs de Bakker is promovendus educatieve social software aan de Eindhoven School of Education, een samenwerking tussen Fontys Hogescholen en de Technische Universiteit Eindhoven.