Maakt Google ons dom?

Teaser: 
Hoe Internet onze hersens verandert.
Maakt Google ons dom?

- Hoe Internet onze hersens verandert -  

 
“I’m not thinking the way I used to think. I can feel it most strongly when I’m reading. Immersing myself in a book or a lengthy article used to be easy. My mind would get caught up in the narrative or the turns of the argument, and I’d spend hours strolling through long stretches of prose. That’s rarely the case anymore. Now my concentration often starts to drift after two or three pages. I get fidgety, lose the thread, begin looking for something else to do. I feel as if I’m always dragging my wayward brain back to the text. The deep reading that used to come naturally has become a struggle” (Nicholas Carr).
 
Een heel herkenbare ervaring in deze informatierijke maatschappij. Literatuuronderzoek heeft een andere vorm aangenomen sinds we met enkele gerichte muisklikken het gezochte meestal kant-en-klaar voor onze neus krijgen. We springen van link naar link naar link, we scannen koppen en plaatjes, bekijken een video of beluisteren een stukje podcast. Maar niet alleen het medium waarlangs de informatie tot ons komt is veranderd, ook de manier waarop dat medium ons denkproces beïnvloedt. 

Het lijkt erop dat ons vermogen tot concentratie en contemplatie wordt ondermijnd door Internet. De manier waarop we informatie tot ons nemen lijkt steeds meer op de wijze waarop die informatie wordt gedistribueerd: een snelle stroom van kleine deeltjes. De diepzeeduiker is een surfer geworden.

Een pas gepubliceerd rapport van een studie naar patronen in online onderzoek suggereert dat de manier waarop we lezen en denken radicaal aan het veranderen is. We lezen nu meer dan 30 of 40 jaar geleden, voor een groot deel door de alomtegenwoordigheid van informatie. Maar we lezen anders en daardoor denken we zelfs anders. Misschien zijn we in wezen wel anders. We zijn namelijk niet alleen ‘wat we lezen’ maar meer dan ooit ook ‘hoe we lezen’. Waar de boekdrukkunst het mogelijk maakte om omvangrijke en complexe literatuur tot ons te nemen, staat bij Internet vooral efficiency en onmiddellijkheid centraal. Daarmee is ‘deep reading’ (ondergedompeld worden in de leeservaring) vervangen door ‘power browsing’ (horizontaal scannen van koppen, abstracts en inhoudsopgaven op een beeldscherm). In plaats van teksten te interpreteren en diepe verbanden te leggen, beperken we ons nu tot het decoderen van informatie.

 
Het brein is kneedbaar. Lezen is geen instinctieve vaardigheid (zoals spreken) maar een aangeleerde. Spreken gaat min of meer vanzelf, lezen moeten we leren en de media die we daartoe gebruiken spelen een rol in het vormen van onze hersenen. De neurale banen in ons brein die worden aangemaakt door het gebruik van Internet, zijn anders dan de banen die door het lezen van boeken werden aangemaakt. Op een vergelijkbare wijze heeft de uitvinding van de klok ons besef van tijd enorm beïnvloed. Het principe van een mathematisch berekende, objectieve tijdsmeting maakte de tijd zelf los van de subjectieve menselijke beleving. Vanaf dat moment nam de mechanische klok het steeds vaker over van onze innerlijke biologische klok. Ons leven werd drastisch anders ingericht onder het strenge regime van de doortikkende tijd.
 
Tegenwoordig heeft Internet veel meer taken uit ons dagelijkse leven overgenomen dan alleen die klok. Het is tegelijk plattegrond en landkaart, typemachine en drukkerij, rekenmachine en telefoon, krant en post, radio en tv. Al deze media tonen zich online in nieuwe gedaantes die erop gebrand lijken onze aandacht te vangen: klik hier! Luister! Download nu! En dat liefst allemaal tegelijk. Geen wonder dat onze aandacht versnippert en onze concentratie verdampt.
 
Maar de invloed van Internet houdt niet op als de computer wordt uitgeschakeld. We raken gewend aan de versnipperde informatie dat traditionele media niet achter kunnen blijven en steeds meer op de Internetbeelden en –geluiden gaan lijken. Van beeld-in-beeld en pop-ups op televisie tot abstracts en satellietteksten in magazines en kranten, de nieuwe media dicteren nieuwe regels in de strijd om de aandacht van de gebruiker. Een communicatiesysteem dat zo alomtegenwoordig is in ons leven dat het ons letterlijk herprogrammeert. Maar hoe gebeurt dat en welke ethiek wordt daarbij gehanteerd?

De perfecte zoekmachine van Google
Google heeft een missie: de informatie in de wereld organiseren en deze universeel toegankelijk en bruikbaar maken. Alles draait er om de systematiek van het zoeken en vinden. De algoritmes die steeds meer bepalen hoe gebruikers informatie vinden en daaruit betekenis filteren, worden alsmaar verfijnder. Ultiem doel is de perfecte zoekmachine ontwikkelen, een machine die precies begrijpt wat je bedoelt en je precies datgene levert wat je zoekt. Niet meer en niet minder.
 
Hoe meer informatie voor ons toegankelijk is en hoe sneller we kunnen schatten welke informatie voor ons op dat moment het meest relevant is, hoe productiever onze output als kenniswerker. Imiteert de perfecte zoekmachine van Google onze denkprocessen of adopteert ons brein langzaam maar zeker de algoritmes van Google? Misschien leren ze wel van elkaar.
 
Maar het gaat nog verder. De makers van Google (Sergey Brin & Larry Page) spreken van ‘kunstmatige intelligentie’ als ze de perfecte zoekmachine aanduiden. Slimmer dan de mensen die ermee moeten werken. Maar is intelligentie niet méér dan een verzameling data die snel en efficiënt tot je beschikking staan? Wordt het menselijke brein hier niet teveel afgeschilderd als tekortschietend, als een overjarige pc die een snellere processor en een grotere harde schijf nodig heeft? In de wereld van de ultieme zoekmachine is geen plaats voor ambiguïteit die prikkelt, voor twijfel die tot nadenken aanzet, voor de verrassingen van ‘fuzzy’ zoeken en serendipiteit (vinden wat je niet zocht). 

Een voorzichtige conclusie
Als ons brein inderdaad leert van Internet en de zoekmachine, als het zich zelfs langzaam aanpast aan de nieuwe media, wat betekent dat voor ons functioneren? Wat betekent het voor onze cultuur als geheel? Ik citeer auteur Richard Foreman:
 
“I come from a tradition of Western culture, in which the ideal (my ideal) was the complex, dense and ‘cathedral-like’ structure of the highly educated and articulate personality – a man or woman who carried inside themselves a personally constructed and unique version of the entire heritage of the West. [But now] I see within us all (myself included) the replacement of complex inner density with a new kind of self – evolving under the pressure of information overload and the technology of the ‘instantly available’.
 
As we are drained of our ‘inner repertory of dense cultural inheritance’, we risk turning into ‘pancake people’ – spread wide and thin as we connect with that vast network of information accessed by the mere touch of a button” (Richard Foreman)*.
 
Een voorzichtige conclusie: als we op computers gaan vertrouwen om ons begrip van (en onze grip op) de wereld vorm te geven, vlakt onze eigen intelligentie wellicht af tot de grote platte pannenkoek van kunstmatige intelligentie.
 
Tot zover een korte samenvatting én persoonlijke interpretatie van het artikel ‘Is Google making us stupid?’ (What the Internet is doing to our brains) van Nicholas Carr. Klik hier voor het originele artikel.  Een volgende keer wil ik graag ingaan op de nieuwe browser van Google (Chrome) die bovenstaande ontwikkeling nog een stapje verder lijkt te voeren.