Nele Sofie Coninx

In het jaar 2001 heb ik mijn master behaald in de Sociale en Culturele Agogiek aan de Vrije Universiteit Brussel (VUB). De inkt van mijn diploma was nog niet opgedroogd of ik stond al voor de klas. Ik heb lesgegeven van 2001 – 2008 aan 16- tot 18jarige studenten in de vakken Psychologie, Sociologie, Opvoedkunde en Media, Gedragswetenschappen en Cultuurwetenschappen aan het Koninklijk Atheneum Alicebourg te Lanaken (België). 
 
In datzelfde jaar anno 2001, dat ik ben beginnen lesgeven, heb ik na mijn uren nog een master na masteropleiding gevolgd namelijk Aggregatie in de Sociale en Culturele Agogiek, ook aan de VUB. Deze studie legt de nadruk op de professionalisering van je pedagogische bekwaamheid.
 
De aandacht voor een beginnende leerkracht was steeds groot.Het is dan ook niet te verbazen dat ik na vier jaar lesgeven een tweejarige postgraduaatsopleiding Mentorschap ben gaan volgen aan de Economische Hogeschool Brussel (EHSAL). Ik wou weten hoe stagiairs en beginnende leerkrachten het beste konden begeleid worden. In mijn toenmalige school heb ik het formele begeleidingsplan mogen opstellen.
 
Nochtans zijn we in België nog niet lang bezig met de begeleiding van beginnende leerkrachten. Het decreet van 1996 spreekt pas voor het eerst van aanvangsbegeleiding van beginnende leerkrachten. Nederland is hier al stuk verder in en door te surfen naar modellen van leerkrachtenbegeleiding kwam ik bij de vacature `Technology enabled Synchronous Peer Coaching` terecht. De rest is geschiedenis.
 
Mijn onderzoeksopzet bouwt verder op het werk van Ralph Hooreman. Het is de bedoeling om de gevonden onderzoeksresultaten in vivo te gaan uittesten. Coaching is een eerder asynchone manier van begeleiding. Er doet zich een (crisis)situatie voor in de klaspraktijk en de coach/mentor gaat achteraf samen met de leerkracht in opleiding de situatie bespreken. Ralph Hooreman heeft veelbelovende resultaten gevonden voor de synchrone, onmiddellijke coachingsmethode als meerwaarde voor de lerarenopleiding. Verder is het opzet om de synchrone variant van coachen te gaan verbinden aan techniek. `Coachen met het oortje` zal het eerste experiment zijn, toegepast in concrete klassensituaties.
 
Vanaf 1 september ben ik begonnen aan deze onderzoeksopdracht. Ik ben normaal gezien twee dagen in Eindhoven en drie dagen in Sittard. Gedurende de drie dagen in Sittard dien ik een aantal uren aan onderwijstaken te besteden. Zo wil ik met de coachen het werkveld in en kijken naar de verschillende coachingsmogelijkheden. Voor steun gedurende deze vier jaar kan ik terecht bij mijn dagelijkse begeleider Dr. Ir. Karel Kreijns (FLOS) en mijn promotor Prof. Dr. Wim Jochems (TUE).
 
Nog een persoonlijke noot: om mijn gevoel met `thuisland` België niet te verliezen is mijn lievelingssite www.stubru.be en uiteraard springt de fontyssite als eerste op als ik internet opstart.

Onderzoek 
De centrale vraag van mijn onderzoek luidt:`Op welke manier moet de synchrone coaching ingevuld worden om een optimale stijging in competentie te kunnen verwezenlijken bij leerkrachten in opleiding?`
           
Dit onderzoeksproject bestaat uit drie studies telkens met het doel om d.m.v. synchrone coaching een groei te realiseren in competenties van leerkrachten in opleiding.
De eerste studie gaat de optimale combinatie zoeken van de zes coachingvarianten: 3 coachingsmodussen (synchrone, asynchrone en de gecombineerde coachingsmodus) gelinkt aan een van de twee coachingsconditie (coaching door een mentor of coaching door een peer). De tweede studie gaat om de constructie van een optimale set van keywords rekening houdende met cognitief load theorie en mediatheorie. De optimalisatie wordt verricht voor de low-competent studenten. De laatste studie gaat nagaan welke telecommunicatie de beste resultaten oplevert door te kijken naar de stijging in competentie van leerkrachten opleiding.
 
De opzet van de eerste studie is als volgt. Zestig studenten van de lerarenopleiding Sittard worden per experiment ad random ingedeeld in de verschillende coachingsituaties. De competenties van de studenten wordt gemeten met CALC (=Competence Assesment Collaborative Learning). Na een week (op een bepaald tijdstip in de week) worden deze studenten aan dezelfde coachingsvariant blootgesteld en wordt de competentie op drie andere momenten gemeten. De keywords uit het experiment van Hooreman, Kommers en Jochems (2007) worden gebruikt.
 
Coaching in de literatuur
In de literatuur zijn verschillende vormen van coaching terug te vinden.
Een synchrone, onmiddellijke variant van coachen - het influisteren van zeer korte zinnen (keywords) - wordt geïntroduceerd, en de effectiviteit van deze variant wordt vergeleken met de traditionele manier van coachen. Hooremans, Kommers en Jochems (2007) hebben veelbelovende resultaten gevonden voor deze manier van coachen. Volgens Brown, Collins en Duguid (1989) gebeurt competentieontwikkeling het best in een real life klassituatie. Daarnaast worden de keywords ook geoptimaliseerd door rekening te houden met het split attention effect (Chandler en Sweller, 1992), aangezien een leerkracht tegelijkertijd zowel moet lesgeven als de ingesproken boodschap moet omzetten in actie.

Foto: 
cirkel: 
Promovendi